Koster haalt slag thuis

Een week geleden werd nog hard getwijfeld aan de positie van Adrie Koster. Zijn sportmanager had openlijk kritiek geuit en de buitenwereld stel­de vragen bij zijn aanpak. Maar zie: Koster haalde zowel in Minsk als in Westerlo zijn slag thuis. De man hield vast aan zijn werkwijze, maakte tac­tisch de juiste keuzes, kreeg zijn ploeg scherp en pakte punten. Een reconstructie.

Clubvoorzitter Pol Jonckheere nam vorige week de twijfel weg: hij stond ervoor garant dat Adrie Koster niet hoefde te vrezen voor zijn job. Een duw in de rug die de Nederlan­der goed kon gebruiken, want Koster kreeg van alle kanten kritiek. Van zijn sportmanager, die graag een stevigere voorbereiding had gezien. Van analisten, die vonden dat hij naïef bleef vasthouden aan zijn offensie­ve voetbal. Van journalisten, die vaststelden dat de Brugse trainer zijn ploeg niet wak-kergeschud kreeg.

Koster had niet meteen een antwoord. Met 3 op 12 had Club de slechtste seizoensstart in bijna 30 jaar genomen, en erger nog, er zat een opvallende lijn in de nederlagen, wat deed vermoeden dat de trainer zijn grip kwijt was. Club kwam tegen Kortrijk, Cercle en Mechelen telkens slap uit de kleed­kamer, slikte te gemakkelijk goals en kon die achterstand nadien niet meer ophalen. Ook al omdat een aantal spelers zijn emo­ties op het veld maar niet kon beheersen.

Ander gezicht

Wat een verschil met vandaag. In tien da­gen tijd slaagde Koster erin om Club weer op het goede spoor te zetten. Tegen Minsk en Westerlo toonden de West-Vlamingen een heel ander gezicht: ze namen de match meteen in handen, grepen hun tegenstan­der bij de keel en scoorden telkens in de openingsminuten. Met dominant voetbal werd de voorsprong uitgebouwd, om na­dien de match gecontroleerd uit te spelen.

Het geheim van Koster? Koppig zijn zin blijven doen. De nieuwe succesformule bleek gewoon een kopie van de oude. Koster bleef op training hameren op verzorgd combinatievoetbal. Daar bleef hij tijd insteken, veel meer dan in praatsessies of crisisoverleg. Koster bleef in de wedstrijden offensieve accenten leggen en weigerde af te stappen van zijn defensieve voetbalfilosofie. Koster bleef ook de kans geven aan dezelfde spe­lers, zelfs als die af en toe buiten de lijntjes kleurden (zoals Dalmat of Dirar).

"Eigenlijk zijn we al die weken op dezelfde manier blijven werken", vertelt assistent-coachjan Van Winckel. "Wij zijn er als technische staf van overtuigd dat we goed werk leveren en daarom doen we op dezelfde manier voort. Als je verliest en slecht speelt, moet je als trainersstaf gaan nadenken over je aanpak, maar wij speelden niet slecht, ook al verloren we punten. De voorbije we­ken wees alles erop dat het goed zat met Club Brugge. Ik geef een voorbeeld: dit sei­zoen trainen we meer en langer dan vorig seizoen. Dat wil zeggen dat de groep pro­gressie heeft gemaakt in vergelijking met een jaar geleden. Als je dat weet, ben je rus­tig en blijf je gemakkelijk geloven in je werkmethode."

Focus op positieve

Dat is ook het verhaal dat Koster en zijn as­sistenten gingen verkondigen in de kleed­kamer: dat de spelers vertrouwen moesten hebben. "Bij de wedstrijdanalyses hamer­de de trainer steeds weer op het goede voet­bal», zegt doelman Stijnen. «Hij liet vooral de beelden zien van wat we goed deden, veel minder van wat slecht liep. Uiteraard wees hij ons op onze fouten, maar de focus lag vooral op het positieve. Koster bleef maar zeggen dat we in staat zijn om de te­genstrever tegen doel te duwen. Hij vroeg om onze schroom af te gooien en te geloven in wat we echt kunnen. Neen, de trainer heeft nooit raar gedaan. Als een trainer vreemde dingen begint te doen, is dat het begin van het einde. Maar Koster is altijd zichzelf gebleven, zo is het intern rustig gebleven en is bij ons het vertrouwen ge­groeid."

Bron: 
Het Laatste Nieuws