"De Anderlechtspelers supporterden voor Club"
In het seizoen 1981-1982 ploegmaat bij Club Brugge, het seizoen erna werd Van Binst assistent van George Kessler en dus Jensens 'baas'. Flarden uit twee voetbalcarrières. Het 'anderhalve vraaginterview' met twee pallieters.
De verkoop van Circus Voetbal, het boek van Gille Van Binst, loopt nog altijd als een trein. "Ook de derde druk raakt stilaan uitgeput", zegt Van Binst. Bijna 8.000 verkochte exemplaren. Van Binst houdt de aantallen minutieus bij en slooft zich als geen ander uit om zijn boek te promoten. Elke dag naar de Boekenbeurs, vandaag een lunchcauserie voor Businesskring 12 van Cercle Brugge, binnenkort een event in het businessgebouw van KV Kortrijk. Uitgever Roularta Books heeft een gemotiveerde verkoper...
Van Binst neemt zijn tijd voor de leden van Businesskring 12. De signeersessie loopt uit, iedereen wil nog een praatje maken. Van Binst: "Ik kom direct. Ga nog even naar de bar." Klantenbinding. Bewonderende blikken. Op de foto. Smalltalk. Afscheid nemen.
De begroeting is meer dan hartelijk. "Birger Jensen !""Gille !" Stevige schouderkloppen. De zuster van Gille, Rosa, wil eerst een foto van de twee coryfeeën. Van Binst : "Birger, je moet in de lens kijken. Dat is mijn oudste zuster. Ik heb er vroeger veel slaag van gekregen." Dolle pret. Jensen, lachend : "Dat zal dan nodig geweest zijn. Volgens mij heeft ze je nog niet genoeg geslagen..." Een leuk verhaal, alleen heeft Gille geen zuster...
Rosa wil nog een handtekening van de ex-Clubdoelman. Op pagina 45 in het boekje Goden van het Belgisch voetbal, 1970-1980 pronkt Jensen met zijn brede glimlach. Rosa : "Kijk hier, wat een mooie krullen !" Jensen schrijft Voor Rosa en zet zijn handtekening. Van Binst : "Ik sta er ook in. Op pagina 100. In het shirt van Club Brugge. Gueuze Saint Louis... Dat heb ik op Anderlecht al mogen horen. Van Binst in een trui van Club..." Van Binst geeft Jensen een exemplaar van Circus Voetbal. En signeert : Voor de beste keeper van België, Gille.
Na iets meer dan twee uur zullen ze afscheid van elkaar nemen. Stevige handdruk, omhelzing, kus op de wang. Tot de volgende keer. Of neen, Gille heeft nóg een verhaal. "Na de match tegen Zagreb zag ik Ariel Jacobs. Gille, zou je volgende week met ons als rechtsback willen meespelen ? Ik begon te lachen. Awel, da's goe. Maar alleen als er een andere trainer komt..."
Van Binst en Jensen nestelen zich in de zetel en bestellen een drankje. Het bandopnemertje staat op record, de drie pagina's voorbereiding op het interview liggen klaar. Birger Jensen : Club Brugge 1974-1988. Gille Van Binst : Anderlecht 1968-1980, Toulouse FC 1980-1981, Club Brugge 1981-1983, twee seizoenen assistent-trainer van George Kessler bij blauw-zwart. De eerste en, zoals zal blijken, enige vraag...
Hoe goed kennen jullie elkaar ?
Gille Van Binst: "Ik heb een speciale band met Birger, die ook in de belangstelling van Anderlecht stond. Ik hoorde dat het bestuur een Deense doelman zou kopen. Birger Jensen. Kenden we niet. Als het maar een goei was... Een goede doelman was interessant voor onze portefeuille."
Birger Jensen: "Ook Waregem was geïnteresseerd. Maar Ulrik le Fèvre zei dat ik in Brugge moest tekenen. En Anderlecht... Tja... Het had al twee buitenlandse doelmannen: Jan Ruiter en Leen Barth."
Van Binst: "Wij hadden er wel voor gezorgd dat je eerste keeper zou worden. We hebben altijd klotekeepers gehad. Jean Trappeniers... (blaast) Leen Barth was geen slechte, maar had te weinig persoonlijkheid en werd al snel verkocht aan Union. En Jan Ruiter was een typische lijnkeeper. Ik heb dikwijls aangedrongen om Christian Piot, de beste doelman met wie ik ooit speelde, te kopen. Maar hij was te duur voor Anderlecht. Jean-Marie Pfaff, Piots opvolger in de nationale ploeg, was ook een lijnkeeper. Vraag het maar aan Erik Gerets. Hij moest altijd kopduels aangaan, die jongen heeft er een hernia aan overgehouden..."
"Jean-Marie Pfaff... (blaast) Hij mocht voor de eerste keer met de Rode Duivels mee toen we in Zwitserland moesten spelen. Hij vroeg welke kleren hij moest aandoen voor de tactische bespreking. De wedstrijdkledij, zei ik. Ik zie hem nog altijd binnenkomen... Met zijn voetbalschoenen op de parketvloer... Raymond Goethals riep: Jij vuilen boer !"
Jensen: "Je kon Pfaff alles wijsmaken. In Brugge zeggen ze : een bloten..."
Van Binst: "Na die match kreeg iedereen een polshorloge, waarop Zwitserland - België was gegraveerd. Zeker 10.000 frank waard. Ik zei tegen Pfaff : Jean-Marie, dat horloge heeft 500 frank gekost. Maar ik geef je er 2.000 voor. En Jean-Marie was weer content, hé..." (lacht)
"Ik heb maar twee doelmannen gekend die sterk waren op hun lijn én goed konden uitkomen : Piot en Jensen. Wanneer ben je eigenlijk gestopt, Birger ?"
Jensen: "In 1988."
Van Binst: "Maar in Brugge spreken ze nog altijd over Jensen, hé..."
Jensen: "Ook omdat wij successen behaalden. Van een ploeg die niets wint, blijven er geen namen hangen."
Van Binst: "Ik heb hem een keer goed liggen gehad tijdens een Anderlecht - Club... Als Birger uit zijn doel kwam, riep hij altijd Yé. En dan bleef Georges Leekens staan omdat hij wist dat Birger de bal zou pakken. We raakten geen bal, maar kort na de pauze kregen we een vrije trap. De voorzet kwam, ik riep Yé, Leekens bewoog niet, Jensen bleef op zijn lijn en ik kopte de bal binnen. Volgens Ernst Happel was het de schuld van Leekens, die twee weken op de bank gezeten heeft."
Van Binst: "Op Anderlecht horen ze niet graag dat Club Brugge nog altijd de enige Belgische ploeg is die de finale van de Europacup I speelde. Maar in die tijd was dat helemaal anders. Toen Club op Wembley speelde, suppórterden wij voor blauw-zwart."
Jensen: "1-0 verloren, doelpunt van Kenny Dalglish... Het was niet mijn beste match, maar iedereen herinnert zich die wedstrijd omdat de belangstelling zo groot was."
Van Binst: "Bepaalde spelers zullen altijd met een moment vereenzelvigd worden : Axel Witsel met de doodsschop op Wasilewski, Birger met Wembley, Sinan Bolat met zijn goal tegen AZ en ik met mijn twee doelpunten in Parijs in 1978 tegen Austria Wenen."
Jensen: "Eigenlijk mocht je nooit in Parijs gestaan hebben. Wij werden in 1977 kampioen en wonnen de bekerfinale. Anderlecht mocht als verliezend finalist naar de Europacup II. En het won nog ook !"
Van Binst: "Ah ja, die bekerfinale in 1977. 4-3 voor Club, 60.000 toeschouwers, de eerste finale ooit live op tv, snikheet... Ik speelde tegen Ulrik le Fèvre, die plots zei : Ik dansen deze avond, jij niet. Arie Haan had dat ook gehoord. Nou, die zal vanavond ook niet dansen... En hij schopte hem van het veld."
Jensen: "Ulrich heeft gedanst, maar wel op één poot..."
Van Binst: "En toch waren wij geen vijanden. Als we op de Klokke speelden, bleven we meestal met een man of vijf in Brugge en gingen naar het café van Nicole Lambert, de zus van Raoul. Hugo Broos, Coike Vander Elst, Jan Mulder en Rob Rensenbrink, die altijd meeging maar nooit betaalde."
" Voetbal is een volkssport en moet dat blijven. Vroeger was het veel plezanter. Ik zat ooit eens in de loges van Anderlecht voor de match tegen Dynamo Kiev. Iemand vroeg mij in welke kleur Anderlecht speelde. Tja... In 't blauw, madam !"
Van Binst: "Toen ik in 1981 naar Brugge kwam, hebben we úren in De Chalet, het café van Henk Houwaart, gezeten. Pinten drinken en maar zagen tegen elkaar. Het ging slecht met Club, dat aan een nieuwe ploeg bouwde : tien nieuwe spelers ! Er zaten jongens op de bank die we niet eens kenden. Tjapko Teuben, Johan Renier..."
Jensen: "En dan kwam Anton Ondrus nog...
Van Binst: "De doodssteek ! We wonnen in Aken tegen Ajax, de Brugse Metten, de eerste competitiewedstrijd tegen Club Luik. Ik speelde als libero en had de nieuwe spelers, Antoni Szymanowski, Walter Ceulemans en Paul Op de Beeck, goed in mijn greep. Tot Ondrus plots tevoorschijn kwam en ik opnieuw rechtsback werd. Die jongen was motorisch gestoord. Hij wist niet meer van welke parochie hij was, maar hij had wel een mooie vrouw." (lacht)
Jensen: "Na een zwaar ongeval had hij een half jaar in coma gelegen."
Van Binst: "En dan die trainer, Spitz Kohn... We verloren in Moskou op een slijkveld, na de match keerden we terug naar Brugge, waar we een uur en drie kwartier in de modder moesten trainen. Natuurlijk hadden we veel geblesseerden."
Jensen: "Supporters stonden naast de lijn vaak op hun horloge te kijken. Is de training nu nog niet gedaan ?"
Van Binst: "En dan die boslopen ! Ik deed meestal alsof ik mijn enkel had verzwikt. Kohn kon gewoon niet doseren en had al helemaal geen verstand van voetbal."
Jensen: "Gilbert Gress was ook zo'n trainer die ons rondjes liet lopen. Toen we toch eens met de bal mochten trainen, pakte ik die stevig vast en begon hem zelfs te knuffelen..."
Van Binst: "De volgende trainer in de rij was Rik Coppens. Ongelofelijk... We speelden dat seizoen zelfs 3-3 tegen het grote Tongeren."
Jensen: "In die match kreeg ik een gestrekt been op mijn neus. Onze dokter heeft me toen genaaid, nadat hij eerst twee cognacs gedronken had..."
Van Binst: "Ik denk dat ik dat seizoen tien jaar ouder geworden ben. (Club eindigde als vijftiende en kon maar net de degradatie vermijden, red.) Ook buiten het veld trouwens..."
Van Binst: "Het seizoen erop liep ik in de openingswedstrijd in RWDM een kaakbeenbreuk op. Twee maanden aan de kant..."
Jensen: "Hij moest soep drinken met een rietje. En wij maar lachen. Hey Gille, pintje ?"
Van Binst: "Na meer dan twee maanden - ik was zeven kilo vermagerd - mocht ik opnieuw met de reserven spelen. Eerste match : tegen RWDM. Iemand vroeg mij of mijn smoel al recht stond, ik antwoordde dat ik zijn smoel eens zou recht zetten en gaf hem een elleboogstoot op zijn neus. Rood en vier weken schorsing. Ik had genoeg van het voetbal."
"Kessler, die mij een job als hulptrainer aanbood, heeft Club weer op de rails gezet. Voor zijn komst moesten de spelers hun kleren mee naar huis nemen en zelf wassen. Amateurisme... Kessler zorgde voor wasmachines, liet een spelershome inrichten en ook de trainingsvelden lagen er onberispelijk bij."
Jensen: "Goede trainer, fantastische man. Heel punctueel, al hoorde ik dat hij als trainer bij Anderlecht nóg strenger was."
Van Binst: "Een führer ! In Brugge was hij menselijker, ja. Maar hij eiste wel respect."
Jensen: "Weet je nog die oefenmatch in Keulen ?"
Van Binst: " We mochten het hotel niet verlaten van Kessler, maar deden het toch. Toen hij dat hoorde, bood hij zijn ontslag aan. Hij wilde met dat ongedisciplineerd zootje niet meer werken, eiste meer respect en spelers die hij kon vertrouwen. Michel Van Maele kon hem overtuigen, ik zei tegen Kessler : Zo is Club Brugge en zo zal Club Brugge altijd blijven."
Jensen: "De oudere spelers kregen veel vrijheid, dat had hij goed ingeschat. Ik moest van Kessler Pascal De Wilde chaperonneren wanneer hij een pintje ging drinken. Toen ik naar toilet moest, nam De Wilde zijn bromfiets en vertrok. Een paar honderd meter verder reed hij in een vitrine van Franco Belge, een drogisterij. Je had De Wilde moeten zien liggen tussen de borstels..."
Van Binst: "Wil je nog iets vragen ?"
Hoe was het om...
Van Binst: "... wacht. Heb ik al verteld over de transfer van Hugo Broos ? Neen ? Hugo wou naar Frankrijk en vroeg of ik geen manager kende. Natuurlijk kende ik een paar mensen. Ik moest de groeten doen aan mijnheer Kessler. Frankrijk ? Niets voor Hugo, bromde Kessler. Wat moet hij kosten ? Niets, want Hugo kreeg na tien jaar Anderlecht een vrije transfer. We nemen hem. Ik moest polsen hoeveel hij wou verdienen. Hugo noemde een bedrag. Dat kan niet Hugo, dan zal je bij Club het minst van allemaal verdienen. Verdubbel dat maar..."
"Broos heeft Club nog veel diensten bewezen. Hij ging zelfs nog mee naar het WK in Mexico. In de kwartfinale tegen Spanje zou hij een penalty trappen, ik heb onmiddellijk mijn tv omgedraaid... (lacht) Is het goed zo ?"
Bedankt heren.
"Complimenten aan de groep"


























