Waarom moeten onze clubs nog Europees spelen?

Hoeveel zin heeft het nog voor een Belgische (sub)topper om een heel seizoen Europees voetbal na te streven? Eén wedstrijd en het avontuur is al voorbij of je bent belachelijk gemaakt.

(noot van Blue Army: wel opvallend dat dergelijke veralgemenende schrijfsels er altijd komen op het moment dat RSCA zich hopeloos belachelijk maakt. Plots moet dit onder een verzachtende saus van 'Heel België suckt' vallen.)

Neem Racing Genk. In Limburg was het vorig seizoen doorlopend onrustig. Alles hebben ze geprobeerd. De A-selectie uitgekuist, spelers weggestuurd, met boetes gezwaaid, de technisch directeur en de trainer op straat gezet... Allemaal om één reden: de club moest Europees voetbal halen. Dat lukte in extremis via winst in de bekerfinale. Iedereen blij. Na één wedstrijd, een 1-2 nederlaag tegen het Franse Lille, is het alweer afgelopen. Er zaten amper 12.000 toeschouwers op de tribune.

Voor AA Gent geldt hetzelfde. Het wrong zich in de tweede voorronde van Europa League nog met veel moeite langs Naftan Novopolotsk uit Wit-Rusland om dan thuis tegen AS Roma met 1-7 de boot in te gaan. 1-7! Tot hiertoe kreeg nog geen enkele club in de twee aan de gang zijnde Europabekers in eigen huis zeven doelpunten binnen. Dat staat mooi in Europa en daar heb je dan een heel seizoen voor gespeeld.

Het Europees gelouterde Club Brugge moet er na de 1-0 in Polen rekening mee houden dat het Europese avontuur eind augustus al afgelopen is. De klaagzangen over de gemiste doelkansen en de late tegengoal klinken de Belgische voetballiefhebbers heel bekend in de oren. We hebben ze al iets te veel gehoord om het pech te noemen. Het is een kwestie van kwaliteit.

Anderlecht is wel verzekerd van Europees voetbal tot december, maar de 5-1 in Lyon was bijzonder pijnlijk voor een ploeg die in de Belgische competitie over iedereen heen walst.

Eerlijk gezegd houden we ons hart vast als het piepjonge Standard straks in het bad van de Champions League wordt gegooid. In Luik verwijzen ze graag naar de gelukte UEFA Cup-campagne van vorig seizoen. Maar toen het er echt op aankwam, in de 1/16de finale tegen de Portugese middenmoter Sporting Braga, was het snel afgelopen.

Hoe is het zover kunnen komen?

Het staat buiten kijf dat het toegenomen belang van (heel veel) geld een invloed heeft op de positie van het Belgische voetbal tegenover de grote Europese landen. Maar dat is niet alleen het geval voor België, dat geldt voor alle kleinere landen in Europa. Het is lang niet de enige reden dat we naar de 17de plaats op de UEFA-ranking zijn afgezakt. Dat België, in de jaren '70 en '80 een heuse voetbalmacht in Europa, tot een degradant is verworden, heeft verschillende redenen.

1. Jeugd

Veel Belgische clubs vinden het nutteloos om spelers op te leiden omdat er voortdurend aan hun spelers wordt getrokken. Zulte Waregem vindt het niet kunnen dat Club Brugge bij hen komt winkelen, Anderlecht hekelt de aanbiedingen van buitenlandse clubs voor hun beste jeugdspelertjes. Om dat tegen te gaan, weerklinkt de roep om een reglementering van overheidswege. Er zou volgens de clubs een regelgeving moeten komen die ervoor zorgt dat kinderen niet uit hun vertrouwde voetbalomgeving weggehaald worden om voor wat euro's meer, doorgaans verpakt in een verplaatsingsvergoeding, bij een andere club te gaan voetballen. Zolang dat wettelijk niet geregeld is, dient het voor een club echter een uitdaging te zijn om zo'n cultuur te creëren dat spelers en vooral hun ouders beseffen dat het beter is dat ze niet van club wisselen.

Eden Hazard, ons grootste talent, verliet op zijn veertiende België om voor het Franse Lille OSC te gaan spelen. Hazard komt uit een welstellend gezin. Waarom verkiezen zijn ouders hem naar een pleeggezin in Rijsel te sturen terwijl het eveneens geïnteresseerde Anderlecht voor de Tubekenaar zoveel dichterbij ligt? Niet voor het geld, maar omdat de opleiding bij Lille gewoon veel beter is. Omdat de jeugd daar wel kansen krijgt.

2. Opleiding

In Nederland lopen zelfs op provinciaal en gewestelijk vlak jeugdtrainers rond die door de voetbalbond betaald worden om de opleidingen te ondersteunen. In ons land is men pas begonnen jeugdtrainers op het laagste niveau een (zelf te betalen) opleiding te geven. Als spelertjes op jonge leeftijd ook bij het allerkleinste clubje in provinciale al op een keurige manier de basistechnieken krijgen aangeleerd, is dat veel tijd gespaard.

De bond en/of de Pro League, de verzameling van eersteklassers, kunnen onze profclubs criteria opleggen om het jeugdbeleid te stimuleren. In Nederland zijn profclubs verplicht veertien procent van hun budget aan de jeugdwerking te besteden. In België haalt één, hooguit twee clubs dat percentage.

Misschien kan de overheid daar een rol in spelen. Ze heeft dat recht, want ze subsidieert het Belgische voetbal in niet geringe mate. Door de plafonnering van de RSZ en de terugvordering van tachtig procent van de bedrijfsvoorheffing zijn voetbal- en andere profsportclubs een van de meest gesubsidieerde sectoren in dit land. De overheid moet controlemechanismen in het leven roepen die erop toekijken dat het geld wordt aangewend voor het beoogde doel. Van de tachtig procent teruggevorderde bedrijfsvoorheffing moet de helft worden besteed aan de jeugdopleiding (tussen 12 en 23 jaar). De jeugdopleidingen zijn niet beter geworden van die verplichting. Er kunnen immers net zo goed buitenlandse spelers van minder dan 23 jaar mee worden betaald, wat op grote schaal ook gebeurt. En geen politicus die er iets aan doet.

Het gaat ook mis met de mentaliteit van de clubs. Anderlecht pronkte er op de officiële persconferentie nog mee dat het vorig seizoen bij de jeugd drie landskampioenen, twee vicekampioenen en een derde plaats had. Proficiat, maar als je naar de A-ploeg kijkt, speelt geen enkel jeugdproduct mee. Wat ben je dan met al die kampioenen bij de jeugd? Door bij de jeugd waardeloze titels na te streven en te weinig de voetballer als individualiteit te ontwikkelen, creëren we eenheidsworsten die niet meekunnen aan de top.

Er is tevens nauwelijks aandacht voor de begeleiding en doorstroming van die vijftien- tot achttienjarigen in de eigen club. Zestienjarigen mogen met de A-kern meetrainen en moeten al meteen hetzelfde doen als de andere doorgewinterde profs. Pubers krijgen nauwelijks aangepaste training, worden mentaal niet begeleid.

3. Trainers

Goede trainers maken goede spelers. Alles begint zodoende met een goede opleiding van de trainers. In de belangrijkste jaren van hun opleiding worden jeugdspelers op grote schaal op voetbaltechnisch, -tactisch en conditioneel vlak door onvoldoende geschoolde oefenmeesters ondeskundig begeleid.

Voor de trainers in eerste klasse is er de Pro License-trainerscursus, die een dikke tien jaar geleden in België pas na een verplichting van de UEFA werd ingevoerd. Het is verre van de beste trainerscursus van Europa. Eric Gerets, onze succesvolste trainer, koos voor de Nederlandse, Marc Wilmots prefereerde de Duitse.

4. Leiders

Uiteraard zijn er clubleiders die over voetbalverstand beschikken. Maar ze zijn met veel te weinig. Zoiets creëert windhanengedrag en een totaal gebrek aan visie. Voor te veel voorzitters is het voetbal een hobby. In Nederland en Duitsland is het onmogelijk dat een voorzitter zich in de kleedkamer vertoont. Dat is het terrein van de trainer. In België zijn ze er nauwelijks uit weg te slaan. De afstand, nodig om de emotie te bannen en rationele beslissingen te nemen, wordt zo weggenomen.

Sommige clubs in België worden sportief, financieel, commercieel en administratief gerund door twee of drie personen. Hoe goed ze ook zijn, hoe hard ze ook werken, ze kunnen nooit in alle domeinen even sterk zijn. Die werkwijze heeft een naam: amateurisme.

5. De knowhow

Wellicht wordt in geen enkel land ter wereld zo weinig gedaan met de expertise van onze voetbalgrootheden. Uiteraard is niet elke ex-vedette in de wieg gelegd om jeugd van acht tot tien jaar te trainen, maar met onder meer Marc Degryse en Marc Wilmots zonder werk zitten meer dan honderd interlands en tonnen voetbalverstand thuis te verkommeren terwijl op de voetbalbond en in vele clubs net die voetbalwijsheid ontbreekt.

Bondsvoorzitter François De Keersmaecker viel bijna van zijn stoel toen ik hem vroeg of de ex-spelers de bond niet op sportief vlak zouden kunnen helpen. 'Dat zullen de mensen die er nu zitten niet willen', luidde het antwoord. Daarmee sloeg de bondsvoorzitter de nagel op de kop. Op leidinggevende posten zitten mensen zichzelf te overleven en het algemene, nationale voetbalbelang is daarbij ver weg.

6. Stadions

Voor de Belgische clubs zijn nieuwe en grotere stadions het wondermiddel om het clubvoetbal opnieuw op de Europese kaart te zetten. Dat nieuwe en grotere stadions meer geld zullen genereren, lijdt in de huidige omstandigheden weinig twijfel. Let wel: in de huidige omstandigheden. Het voetbal boomt, maar het is ten zeerste de vraag of dat binnen vijf jaar nog zo zal zijn.

Dat onze stadions niet meer voldoen, is duidelijk. Behalve het gegeven dat die stadions moeten worden betaald, rijst de vraag of de clubs dat nieuwe geld in het belang van het Belgische voetbal in zijn geheel zullen aanwenden. Sinds begin 2008 trekken de voetbalclubs liefst tachtig procent van de gestorte bedrijfsvoorheffing terug. Het tv-contract werd verhoogd. Er bood zich een uitstekende kans aan om meer te investeren in jeugdwerking en begeleiding van spelers op de rand van de doorbraak. Maar het effect van de gestegen inkomsten op het hogere belang van het Belgische voetbal is bij de meeste clubs nihil. Er wordt niet méér geïnvesteerd in jeugdwerking, scouting, ontwikkeling van spelers of bijscholing van trainers.

7. De hervorming

De verhoging van het aantal topwedstrijden is een uitstekende zaak, maar we mogen nooit vergeten dat de echte drijfveer voor de hervorming geld was. Onze clubs beweerden dat in de eerste, minder belangrijke competitiefase meer aandacht zou gaan naar het presteren in Europa. Het probleem is straks dat slechts twee, misschien drie (Club Brugge), ploegen van september tot december nog in Europa actief zijn. In 2011 hebben we misschien een Europese deelnemer minder. Hoe armzalig wordt het dan niet?

 

Conclusie

In de Champions League hebben onze clubs niks meer te zoeken. Dat wordt, als Standard zich niet versterkt, straks bewezen. In de Europa League kunnen alleen onze absolute topclubs de groepsfase bereiken.

Voor de rest moeten we trachten ons zoveel mogelijk te amuseren met de spankracht in de Belgische competitie en, zolang we in dit land zelfgenoegzaam achterover blijven leunen, niet meer te veel zeuren over dat Europees ticket als ultiem doel.

Bron: 
Het Nieuwsblad

Reacties

Wat zijn we toch weer negatief bezig, ipv wat opbouwende kritiek. Zowel Club als Anderlecht en Standard en zelfs Racing Genk doen er alles aan om het niveau naar omhoog te halen. Weliswaar met wisselend succes. Volgens mij komt de overheid te weinig met concrete plannen, dito geld over de brug om ons land weer op de voetbalkaart te zetten. Neen geen WK in België maar concrete plannen om vanaf de jeugd meer talent uit eigen land te laten doorstromen. En hou het talent in België, doe daar iets aan. En laat ons hopen dat we donderdag met onze 12de man club Europa inschreeuwen. Volgens mij is Koster hier iets moois aan het opbouwen.

had koster hier vanaf dat jacky hier was geweest dan hadden we nu een ploeg gehad die goed en verzorgd voetbal speelde. je ziet dat hij hier nog niet lang is en je ziet nu al verbetering. zo zie je maar dat de meeste in belgie geen verstand hebben van voetbal zoals het moet zijn

Pietpraat, het kan snel terug keren! Kijk maar naar de evolutie die België op de ranglijst maakte sinds Sollied bij Brugge kwam... Maar ja, Ludo Vandewalle lijkt me dan ook de Peter Van Den Bempt van de schrijvende pers, een Anderlecht fan dus! Corrigeer me als ik fout zit?