Hoe snel wordt Sterchele vergeten?

Meer dan de twee UEFA Cup-titels in 2006 en 2007 roept FC Sevilla herinneringen op aan het onverwachte overlijden van verdediger Antonio Puerta. Het indrukwekkende eerbetoon dat op zijn dood volgde, werd een model voor Club-supporters die François Sterchele wilen herdenken. Alleen valt te hopen dat de Bruggelingen hun inspanningen iets langer volhouden.

 

De luchthaven van Bierset, even over twaalf uur. Vier grote bussen slorpen de spelers, bestuurslui en VIP-supporters op die met FC Sevilla naar Luik zijn gevlogen. Het contrast met de aankomst van Liverpool, twee maanden geleden, kan niet groter zijn. Bracht het hoge bezoek uit Engeland een volkstoeloop op de been, dan zijn voor de komst van Sevilla welgeteld acht Belgische supporters komen opdagen.

Die acht supporters zijn snel klaar met handtekeningen jagen. Het aantal sterspelers waaruit ze kunnen kiezen is immers beperkt. Gelukkig behoren Tom De Mul en Ndri Romaric (ex-Beveren) tot de selectie en reisde ook de geblesseerde Ivica Dragutinovic (ex-Standard) mee. De andere Sevillistas zijn wel wereldberoemd in Spanje, maar nauwelijks erbuiten.

Dat was een jaar geleden wel even anders. Toen gingen beelden de wereld rond van een van Sevilla's meest beloftevolle spelers. Treurige beelden. Beelden van de 22-jarige Antonio Puerta die tijdens een competitiematch tegen Getafe zomaar in elkaar zakte. Zijn vriend en ploegmaat Dragutinovic kon hem reanimeren en redde hem van de verstikkingsdood. Maar een dag later zou Puerta toch overlijden. Zijn vijfde hartstilstand werd hem fataal.

Spontaan applaus

Zo plots het hart van Puerta stopte, zo stopte ook even de waanzin van het voetbalcircus. De voorzitter Real Betis bood zijn medeleven aan en viel de voorzitter van FC Sevilla in de armen. Een gebaar dat gezien de rivaliteit tussen beide clubs historisch werd genoemd. Nog indrukwekkender was het eerbetoon van de Sevilla-supporters. Zij begonnen in de zestiende minuut van elke wedstrijd spontaan te applaudisseren om de herinnering aan Puerta levend te houden.

Het applaus in de zestiende minuut raakte supporters over alle club- en landsgrenzen heen. Toen François Sterchele op het einde van vorig seizoen overleed, begonnen fans van Club Brugge hetzelfde te doen. Maar dan in de 23ste minuut. De Club-supporters doen het nog altijd - in tegenstelling tot hun collega's uit Sevilla. Die zijn er al een tijdje mee gestopt.

Als we Sevilla-voorzitter José María Del Nido over Puerta aanspreken, blijft het ijzig stil. De 51-jarige clubleider geeft aan dat hij niet meer over de overleden voetballer wil praten. De naam Puerta is taboe sinds zijn ouders een rechtszaak tegen hem hebben aangespannen. Vader en moeder Puerta verwijten Del Nido dat de club te weinig heeft gedaan om hun zoon te redden. Ze verwijten hem ook dat hij van het overlijden van hun zoon misbruik zou hebben gemaakt om de vele blijken van sympathie in zijn eigen voordeel aan te wenden. Ze vragen een schadeloosstelling van 240.000 euro.

Meer dan een jaar na zijn dood is de herinnering aan Antonio Puerta vervaagd of het onderwerp geworden van een bittere juridische strijd. De club heeft het voornemen laten varen om het nummer zestien niet meer te gebruiken tot Puerta's post mortem geboren zoon achttien werd. Officieel omdat de Spaanse Profliga het niet zou toestaan. Dit seizoen speelt verdediger David Prieto met het nummer zestien.

En ook het applaus in de zestiende minuut is dus niet meer. Daar luidt de vergoelijkende verklaring dat het geklap spelers uit de concentratie zou brengen. Maar de werkelijkheid is veel prozaïscher, zegt tv-journalist Guillermo Sánchez, van het Andalusische station Canal Sur.

'Na een paar wedstrijden klonk het applaus steeds minder luid. Daarna vergaten de mensen het gewoon. En zo stierf de gewoonte beetje bij beetje uit. Over Puerta wordt nu niet meer gepraat.'

 

Bron: 
Het Nieuwsblad