Het kastje van 'de Çois'
Donderdag 8 mei 2008
Joost Depreux: „Ik woonde toen nog in het stadion. Om kwart voor zeven belde Glenn Verbauwhede aan. Hij vertelde dat François overleden was. Bleiten... Ik heb onmiddellijk gebeld naar Luc Devroe, Filips Dhondt, Luc Verweirder, Roger Tierenteyn, de vier trainers... Het stadion onmiddellijk afgesloten, zodat de spelers een privéruimte hadden om zich in terug te trekken. Bram Verbist was er ook. Later hoorde ik van Glenn dat het de bedoeling was om op die fatale avond met zijn drieën naar Antwerpen te gaan... François is toen alleen vertrokken..."
Luc Verweirder: „Na dat telefoontje bleef ik een kwartier wezenloos van op mijn bed naar Teletekst staren. Natalie, mijn vrouw, sliep nog half en vroeg wat er scheelde. Sterchele heeft zich verongelukt... Het klonk zeer oneerbiedig. Toonloos, zonder emotie. Ik bleef denken: Dit klopt hier niet. Toen ik op de autosnelweg gas gaf, werd ik meteen geflitst..." (lacht)
„Een paar weken ervoor was Constant Vanden Stock gestorven en ik herinnerde me dat Anderlecht toen een serene openingspagina van de website had gemaakt. Als er bij ons ooit eens iets gebeurt, dan... dacht ik toen nog. Vanuit de wagen heb ik onze twee webmasters opdracht gegeven de website plat te leggen. Blauw-zwart werd grijs-zwart, een foto van François, zijn naam, geboortedatum, datum van overlijden... Pas na de begrafenis volgde het eerste bericht: Rust nu in vrede, François."
Jan Declercq: „Alles wat in die korte periode georganiseerd werd, kwam uit de buik. Dát scenario lag niet klaar."
Verweirder: „Op Club kwam ik de vergaderzaal binnen en zag ik alle mensen zitten die de avond ervoor, rond middernacht, net als ik in opperbeste stemming het stadion hadden verlaten. We hadden de helden van Wembley '78 gevierd. De voorzitter, Filips Dhondt, Luc Devroe, Jacques De Nolf, Jan en Joost. Allemaal aangeslagen. Even werd uitstel van de match tegen Westerlo overwogen, maar iedereen besefte snel: die match moet worden gespeeld en moet tot een hulde aan François uitgroeien. Ondertussen had Luc contact met de familie."
„Roger Tierenteyn, onze materiaalmeester, heeft François' kastje in de bergruimte onmiddellijk dichtgemaakt met plexiglas. Alles wat klaarlag om te trainen, bleef in het kastje, erbovenop werd nog een truitje en twee paar schoenen gelegd. Af en toe stop ik er nog eens om te kijken..."
Depreux: „We hadden een reflex: dit moet blijven! Spelers die bij Roger kwamen uithuilen, hadden een tastbare herinnering. Ik ben lang bij Glenn in de kleedkamer gebleven, durfde hem niet alleen laten. Wenend belde hij naar Kevin Roelandts, een van zijn beste vrienden. Maar Michael Klukowski, bijvoorbeeld, was niet op de hoogte toen hij op de club arriveerde."
„De spelers zochten elkaar op. Twee in de keuken, vier aan de biljarttafel, een paar in de zetel. De oudere spelers en de trainers pendelden tussen de verschillende groepjes, probeerden in te schatten hoe groot het verdriet was. De meeste spelers zijn rond een of twee uur vertrokken, 's avonds zijn er nog een paar teruggekeerd."
Verweirder: „De familie was akkoord dat wij een rouwkapel inrichtten op het kunstgrasveld. Er werd een foto gemaild naar de begrafenisondernemer, die zorgden voor vijf grote A4's..."
„De voorzitter is een heel goed spreker, maar op de persconferentie was hij aangedaan. Jacky Mathijssen kende François al veel langer, was tijdens de persconferentie onderkoeld, maar vatte zijn speler perfect samen in drie korte zinsneden." („Sterchele was een groot voetballer, François was een schitterend speler om mee te werken, Çois was de beste ploegmakker die je kon hebben", red.)
„Aan de zijkant van het stadion hebben we in de namiddag een reuzegroot portret van François opgehangen. Een bedevaartplaats waar supporters sjaals, bloemen, boodschappen, tekeningen en vlaggen konden neerleggen... Iedereen voerde, als in een soort roes, uit wat in de vergadering beslist was. Eigenlijk heb ik mij die dag voortdurend afgevraagd: Is dit wel echt?"
„Ik kwam Philippe Clement tegen op de parking. De spelersgroep wilde een groot doek in canvas laten maken, met daarop een actiefoto van François, waarmee ze dan voor de wedstrijd het terrein konden betreden."
Vrijdag 9 mei 2008
Declercq: „Om 10 uur ging de rouwkapel open. De spelers van Cercle kwamen nog voor hun training, maar hebben hier nog ongeveer drie kwartier moeten wachten. Het was vanzelfsprekend dat eerst de spelers en de medewerkers van Club Brugge naar de rouwkapel gingen. Er stonden lange rijen supporters aan te schuiven, maar ook aan de Clubshop was het enorm druk. Er zijn honderden shirts van Sterchele verkocht..."
„Dat is bijna niet te vatten. Zo'n eerbetoon voor een speler die hier amper acht maanden voetbalde. Dat toont de verbondenheid tussen spelers, bestuur en supporters binnen deze familiale club. Die gebeurtenis, hoe triest ook, heeft een boost gegeven aan de samenhorigheid. Het leeft nog altijd, nog steeds wordt er in de 23ste minuut gezongen, al hoorde ik van de voorzitter van Blue Army dat wordt overwogen om het volgend seizoen niet meer te doen. Het mag ook geen folklore worden."
Verweirder: „Mij viel vooral op hoe stil het was. Supporters schoven aan, maar spraken niet met elkaar. Er werd zelfs niet gefluisterd. Je hoorde de vogeltjes fluiten."
Depreux: „In de twee nachten voor de wedstrijd is François nooit alleen geweest. Supporters kwamen na de late shift nog eens naar het stadion, anderen kwamen na hun nachtdienst. Een paar bakkers die om twee uur moesten beginnen te werken, kwamen ervoor nog even langs. 's Nachts heb ik hier ook nog Stijn en Glenn gezien. Verbauwhede reed op de parking, bleef twee minuten staan en vertrok opnieuw. "
Zaterdag 10 mei 2008
Depreux: „Dat verwerkingsproces was heel vreemd. Mensen, van wie ik weet dat ze een koppel waren, kwamen apart naar het stadion. Sommige bestuursleden kwamen met hun kinderen en kleinkinderen. Op vraag van Stijn hadden we nog een tekening van hem met François in de kleedkamer opgehangen, iets dat een jonge supporter van een foto uit de krant had nagetekend."
„Rond de middag zijn we met de mama van Sterchele in de kleedkamer geweest. Op een heel emotionele en extraverte manier raakte ze alles aan. Zijn schoenen, zijn kastje, zijn stoel. Groot applaus toen ze weer buiten kwam. Een mooi moment. Er stond een lange rij, iedereen ging spontaan opzij. Niemand sprak haar aan. Heel sereen..."
Declercq: „Acht minuten voor de wedstrijd tegen Westerlo hebben we de rouwkapel gesloten. Bloemen, sjaals en beertjes werden overgebracht naar de rouwmuur. Om een bepaald ogenblik vreesde ik voor een veiligheidsprobleem, want in die hoek van het stadion was enorm veel volk..."
„Een onwezenlijke wedstrijd. Muisstil... Even het liedje voor Sterchele, gevolgd door You'll never walk alone. En gedaan. Ik herinner ook nog dat Nzolo even overwoog om een gele kaart te trekken toen Leko zijn truitje uittrok na het eerste doelpunt."
Verweirder: „We hadden geen idee welke impact de wedstrijd op de supporters zou hebben. Er speelde een rustig muziekje, meer niet. Geen ploegopstelling, geen tussenstand. En na de wedstrijd beperkte de stadionomroeper zich tot de boodschap : Wij wensen u een behouden thuiskomst... Zo'n ongeval kan iederéén overkomen. Meer dan twee uur na de wedstrijd stonden er nog altijd supporters aan de rouwmuur."
Declercq: „Tijdens de wedstrijd kreeg ik een telefoon van een steward. De vader van Sterchele staat aan de poort... Hij was te laat, ik vroeg hem om zich te identificeren. Het was inderdaad de vader... Ik gaf hem twee kaarten. Toen de spelers een laatste keer rondgingen met de foto, zag je ook het verdriet van papa. Die anekdote heeft hij trouwens even aangehaald tijdens de begrafenis."
Depreux: „De wedstrijd was het hoogtepunt... Toen hebben we vrij snel beslist om alles weg te nemen. Hadden we nog een week gewacht, was dat ontaard in B-Dagtrips voor ramptoeristen."


























