Jan Van Winckel leidde de opwarming waarin vooral de basistechniek aan bod kwam. Hij legde de nadruk op veel balcontact.
Nadien nam Adrie Koster het van hem over en werd er op 1-2's getraind. Aandachtspunten waren het correct inspelen van de bal, en juiste keuzes maken onder druk.
Aangezien Vargas, Geraerts en Dirar hier niet aan konden deelnemen, nam Van Winckel hen apart om o.a. oefeningen op proprioceptie te doen. De Vlieger en Alcaraz hielden het op wat lopen.
Tot slot werd de groep van Koster in 2 opgedeeld (11 tegen 11) om op een volledig veld enkele looplijnen uit te testen.