Demi - Sec voor de Rebellen op Leeftijd

Maandag 11 januari van het hopelijk gezegende jaar 2010 - geef toe, het tikt en het bekt lekker - was ik in levende lijve aanwezig op de nieuwjaarsreceptie van Club. We hadden met De Orde Van De Hoed van Antoine een paar uitnodigingen meer op de kop kunnen tikken dan het jaar voordien en onze ' Blauwe Geschelpte' stond er een klein beetje op dat ik als stichtend lid van de partij zou zijn. Het gegeven op zich, De Orde op de nieuwjaarsreceptie, vond ik eigenlijk een beetje onwezenlijk. Ik herinner mij nog levendig de avond toen we, niet gehinderd door enig lekker gerstenat, luidkeels De Orde boven de doopvont hadden gehouden. Het leek een grap maar anno 2010 staan we toch maar mooi te blinken op zo'n receptie. Heel terecht overigens, gezien onze jaarlijkse inspanningen voor de jeugdwerking van Club. De hoed stond dus kranig op de kruinen, de rest stak strak in het pak (of wat daarvoor moest door gaan) en de zintuigen stonden afgesteld.

Club drukt zijn supporters en sympathisanten tegen de borst, dat is duidelijk. Club deed dat maandag met klassevolle hapjes en bijhorend drankje. Veel opvallender echter is de intense toenadering naar zijn fans en medewerkers toe. De voorzitter, een innemend man die in zijn speech nog nét iets teveel de woordelijke bevlogenheid van zijn illustere voorganger zocht, heeft een voetbalfilosofie en draagt die uit over de hele Clubfamilie. Hij wordt daarin op uitzonderlijke wijze door zijn vrouw gesteund. Een rebel op leeftijd zoals ik mezelf voorhoud te zijn, gelooft die mensen. Dat op zich is een succes. Club Brugge is tastbaar geworden. Je kan de helden voelen. Je kan ze ruiken. Op zo'n receptie zijn ze allemaal op hun plaats: de jonge fan met de bewonderende blik, het jonge grietje dat heimelijk gluurt naar Vargas, de ietwat oudere 'hangaround' die verlangt naar aanzien in het plaatselijke café waar hij de stamgasten overbluft met zijn inside kennis van interne keuken. Het weze iedereen gegund. Ik kon een glimlach nauwelijks onderdrukken, vroeg één van de obers mijn glas opnieuw te vullen met die uitstekende demi -sec en genoot verder.

Eén van mijn eerste echte supporterervaringen was het moment dat ik, gezeten op de arm van mijn vader, in het café van wijlen Nicolle Lambert langs de Torhoutse Steenweg over de bol werd geaaid door de al even wijlen Fons Bastijns, toenmalig kapitein van het beresterke Club Brugge van de legendarische Ernst Happel. Om één of andere reden werd ik maandag eventjes geflashbackt naar 1974. Hoe groot mijn bewondering als kleine hummel ook was, ik heb nooit zoiets als ongepaste nederigheid gevoeld. Zovele jaren later zal een uitnodiging voor de nieuwjaarsreceptie van het Club Brugge anno 2010 daar uiteraard geen verandering meer in brengen. Voetballers van een ploeg die wint zijn als rocksterren, met in hun zog adembenemende vrouwen met penetrante geurtjes. Voetballers die verliezen zijn mislukt en allemaal onderweg naar een andere ploeg waar ze de nederlagen naar de vergetelheid dringen tijdens het drogen van de inkt op hun nieuwe contract. Enkele uitzonderingen niet te na gesproken uiteraard. Maar de supporter? Die draagt de euforie of de vernedering op verschillende wijze maar steeds met een abonnement van zijn favoriete ploeg op zak.

Club Brugge is altijd sterker gebleken dan de som der delen en de populariteit van onze ploeg is niet zelden een doorn in het oog van ploegen die zichzelf een concurrent durven noemen maar palmaresgewijs eerder een beschamend onbeschreven blad zijn. Ik herinner mij echter dat levendig café langs de Torhoutse Steenweg, het gevoel van samenhorigheid onder gewone mensen en de weg die Club heeft afgelegd de laatste 35 jaar. De supporter is steeds het fundament gebleken van dit succes, niét omgekeerd. Goed dat de voorzitter trots en respect naar voor schuift als basiswaarden. Goed dat Club nog steeds die volksclub is, zij het met een 21ste eeuws- randje. De rebellen-op-leeftijd zijn u dankbaar.

Reacties

Super Henk! Alweer zeer mooi geschreven!